In de bres voor de textielsector

We lazen in de Standaard van vorige week dat werken in de textielsector stilaan een knelpuntberoep wordt. Ik citeer: “Slechts 3 procent van de werknemers in de sector is jonger dan 25 jaar.”

Uit cijfers van de RSZ blijkt dat in 2020 slechts 3 procent van het personeel in de sector van textiel jonger is dan 25 jaar, het personeel in de categorie 26-49 jaar bedraagt meer dan 50% en 44% van de werknemers was ouder dan 50. Het is duidelijk dat de sector aan het vergrijzen is.

Volgens het artikel zijn er enkele verklaringen voor het gebrek aan jonge mensen:

  • Het aanbod aan textielopleidingen is beperkt
  • De sector heeft een negatief imago gekregen door de jaren, waardoor jongeren er geen zin meer in hebben.
  • Jongeren denken dat alle kleren in landen als China worden geproduceerd.

De textielsector in Vlaanderen heeft zich doorheen de jaren ook sterk geëvolueerd. In Vlaanderen zijn we ons beginnen specialiseren in technisch textiel en zijn we dus geleidelijk aan wat meer weg gestapt van de kledingstextiel. Technisch textiel zijn zaken zoals operatieschorten of brandwerende pakken.

Het is van groot belang dat we de textielsector terug op een positieve manier bij de jongeren brengen, zodat opnieuw meer jonge Vlamingen kiezen voor een job in deze sector.

De minister gaf aan dat er op verschillende fronten wordt gewerkt aan oplossingen:

1️⃣ voor de sector zelf is het een prioriteit om de komende jaren het imago op te krikken,
2️⃣ duaal leren wordt extra in de kijker gezet,
3️⃣ manieren om zij-instromers in de sector toe te laten, wordt verder uitgebreid
4️⃣ er wordt gekeken naar een intersectorale aanpak
5️⃣ de mogelijkheid voor een campagne voor de textielsector wordt onderzocht
6️⃣